De sigaren- en tabakswinkels van Goulmy & Baar

In kracht onverschrokken

winkel_johanOp 10 mei 1911 wordt Johan Wierts, gevierd muziekleider, dirigent/directeur van de bedrijfsharmonie van Goulmy & Baar. Wierts is een goede bekende van Eugène Goulmy. Zo ontmoeten ze elkaar regelmatig in de parochie Sint-Pieter. Goulmy is er kerkmeester, Wierts is koorleider. En meer dan dat. Als dirigent leidt hij met vaste hand de harmonieën van Geldermalsen, Gameren, Oisterwijk, Oirschot en in latere jaren Sint Michielsgestel en Udenhout. Vooropgaan in muziek is zo ongeveer zijn beroep. Maar dat levert ook in die dagen onvoldoende inkomen op. Hij heeft een gezin met drie kinderen.

Hij krijgt een aanbod van de man achter de harmonie van Oirschot. ‘Je kunt uitbater van een hotel worden en dat combineren met de zorg voor de harmonie’. Wierts zou er wel op in willen gaan. Zo kan hij zijn grote passie muziek combineren met een vaste baan. Hij vertelt het aan Goulmy tijdens een van hun informele ontmoetingen in de Sint-Pieterkerk. Goulmy wikkelt er geen doekjes om: ‘D’r komt niks van in! Jij blijft hier’. Wierts antwoordt: ‘Ja meneer Goulmy, komt U maar met een tegenvoorstel want ik moet wel de kost verdienen’. Kort na deze ontmoeting biedt Goulmy Wierts een passende baan aan. Hij wordt directeur van de uit te bouwen winkelketen Viribus Audax, in kracht onverschrokken.

Versierd ondernemerschap
Eugène Goulmy is lid van het bestuur van de Kamer van Koophandel, evenals Jacques de Gruyter (1865-1940). Goulmy is voorzitter van de commissie van groothandel van de kamer. In die hoedanigheid spreekt hij vaak met Jacques de Gruyter, flamboyant, levensgenieter en creatieve geest achter de legendarische winkeltak van het levensmiddelenbedrijf De Gruyter. Met bewondering ziet Goulmy hoe Jacques in 1902 zijn geboortehuis aan de Hooge Steenweg 8 stevig onder handen neemt en er een mooie winkel van maakt. Er verschijnt een monumentale winkelpui. Op de tegelwanden laat Jacques de seizoenen verbeelden. Dat sluit aan bij de mode van die tijd.

Vóór de grote wandspiegel aan de Hooge Steenweg plaatst Jacques een groene palm. Dat beeld harmonieert en brengt de klant in exotische sferen. De verleiding mag wat kosten en moet smaakvol zijn. Jacques bespreekt met de Utrechtse faience- en tegelfabrikant Holland een eigen concept voor betegeling van wanden en lambriseringen. De in Utrecht geboren Hermanus Oostveen (1879-1978), ook wel ‘de kleine Rembrandt’ genoemd, wordt de vaste ontwerper van de tableaus. Dit ‘versierd ondernemerschap’ wordt een voorbeeld voor Goulmy.

winkel_jacq

‘Stevigen indruk’
In 1902 opent Jacques een winkel aan de Nieuwendijk in Amsterdam. Het is de meest gewilde en drukste winkelstraat in het Amsterdam van die dagen. Het Amsterdamse filiaal is een schoolvoorbeeld van Jacques ‘modelwinkel’. Omstreeks 1910 heeft Jacques de Gruyter al een kleine veertig winkels in heel Nederland tot stand gebracht. Ze zijn stuk voor stuk mooi en bedienen welvarende omwonenden.

Jacques de Gruyters aanpak slaat aan bij Goulmy. ‘Dat gaat naar Den Bosch toe’, schrijft een redacteur van de Gooi- en Eemlander in mei 1927. Hij verhaalt over een bezoek aan ’s-Hertogenbosch met de trein. Eenmaal nabij het perron ontwaart hij de ‘groote fabrieks- en kantoorgebouwen van Goulmy & Baar. ‘Ze doen in sigaren en verkopen die vooral in de winkels van Viribus Audax, ‘prachtwinkels’ schrijft de redacteur. Hij schrijft ook met ontzag over de fabrieken van de firma de Gruyter en Zn., met filialen óver ‘t heele land’. ‘Zulke bedrijven geven Den Bosch een stevigen indruk’ vervolgt hij.

Eenmaal op de Hoogesteenweg aangekomen ontwaart hij de donkerbruine winkel van Eugène Goulmy, Viribus Audax. Het doet er voornaam aan en het ruikt er naar tabak en sigaren. De inrichting van de winkel wordt gekenmerkt door veel hout, grote bruine eiken balken, een klassieke en fraaie inrichting met goed verzorgde displays en etalages. Alle merken van Goulmy & Baar zijn er verkrijgbaar en meer dan dat, na de Eerste Wereldoorlog kun je er ook sigaretten kopen. Een van de dingen waar Eugène Goulmy en Jacques de Gruyter het over eens zijn: mensen moet je tot kopen verleiden. David Ogilvy (1911-1999), de Britse zakenman en reclameguru zal later zeggen: ‘You cannot bore people into buying’.

winkel_vari winkel_folder

beeld_leeuw

Dubbele baan
Johan Wierts heeft de baan die hij wilde. Hij reist veel, kan zelf ondernemen en organiseren en hij heeft ruimte voor zijn grote passie, muziek. Als commercieel directeur zoekt hij naar geschikte panden, als het even kan een hoekpand. Lukt dat niet, dan valt het winkelpand van Viribus Audax op een andere manier op.

Wierts is ook verantwoordelijk voor het voorraadbeheer en de personeelswerving. Zo is hij eigen baas in loondienst en gaat voortvarend te werk. Als hij in 1911 begint zijn er een kleine twintig winkels van Viribus Audax. In 1929, kort voor de overname van Goulmy & Baar door Willem II, zijn er 96 winkels, verspreid over het hele land.

Wierts houdt er zo een dubbele baan op na. Komt hij in de avond terug van de reis, dan gaat hij allereerst naar de repetitieruimte en oefent hij met zijn harmonie. Zijn zoon Jos is er vandaag de dag nog steeds van overtuigd dat zijn vader niet anders wilde: ‘Hij kon door de combinatie betaalde baan-muziek maken beter omgaan met de muzikant die vrijwilliger was. Hij was in de avonduren immers zelf ook vrijwilliger’.

Ondernemende weduwe
winkel_tychonIn 1918 helpt Wierts de weduwe Tychon in Helmond uit de brand. In 1918 overlijdt haar man, de zestien jaar oudere Stefan Tychon. In het dagelijks leven was hij organist, componist en dirigent. Zijn vrouw blijft achter met twee zoontjes van 12 en 9 jaar.

Mevrouw Tychon moet nu de kost verdienen voor haar en haar twee kinderen. Wierts stelt haar in staat een filiaal van Viribus Audax te beginnen n haar woonhuis. Zeker in Helmond is het roken van sigaren nog voorbehouden aan meer gefortuneerde heren. De winkel had dan ook een chique uitstraling. Mevrouw Tychon is ondernemend en zo verwerft ze bekendheid met de verkoop van speciale blikverpakkingen voor verzending naar de tropen.

Wat mevrouw Tychon overkomt, staat niet op zichzelf. Het houden van een winkel van Viribus Audax vult lang niet altijd een hele werkdag van een echtpaar. Dus verzorgt de vrouw van de echtgenoot vaak overdag de winkel. De man sluit zich in zijn schaarse vrije uurtjes aan.

Winkels overleven fabriek
Als Eugène Goulmy zich in 1929 terugtrekt uit het actieve bedrijfsleven zet Rudolf Baar, inmiddels tot grote welstand gekomen, met zijn zoon August de N.V. Nederlandsche Sigarenfabriek Voorheen Goulmy &Baar op. Aan de Westwal in ’s-Hertogenbosch gaat de fabriek gewoon door met de productie van populaire merken zoals Madame Récamier en Cuban girl.

Maar in 1930 sterft Rudolf Baar en daarmee valt de ziel van ‘Voorheen Goulmy & Baar’ weg. Onder de nieuwe directie blijft de fabriek de winkels voorzien. Maar die gaan ook hun eigen weg en slaan tabaksproducten in van allerlei producenten. Zo overleven de winkels de fabriek.